
Het orgel, zoals gesitueerd op het bovenste balkon, vlak onder het plafond.

|
|
Het orgel is kort na 1900 gebouwd voor de St. Annakerk te Amsterdam door Adema, onder gebruikmaking van pijpwerk van een voormalig, uit Brussel afkomstig 18e eeuws orgel.

Uitbreidingen vonden plaats ca. 1916 en in 1926, 1937 en 1958. Restauratie en verdere uitbreiding in 1999 door Pels & Van Leeuwen.
Tegelijk is een koororgel gebouwd onder gebruikmaking van materiaal uit het voormalig orgel van de Gereformeerde Kerk te Eefde-Gorssel, in 1939 gebouwd door Valckx & Van Kouteren.
Het koororgel is zelfstandig bespeelbaar vanaf het priesterkoor, maar ook bij wijze van Echowerk vanaf een derde manuaal van het hoofdorgel. Men kan zich derhalve afvragen of hier sprake is van twee afzonderlijke orgels die onderling bedienbaar zijn, dan wel van één groot orgel met een soort 'Fernwerk'. Misschien zijn beide zienswijzen wel gerechtvaardigd.

De speeltafel van het hoofdorgel. |